Helmantel Advocatuur Advocaat in Hoogezand Sappemeer
  • Home
  • Advocaat
  • Gratis spreekuur
  • Ondernemer
  • Particulier
  • Tarieven
  • Rechtsgebieden
    • Arbeidsrecht
    • Huurrecht
    • Familierecht en erfrecht
    • Strafrecht
  • Nieuws
  • Blog
  • Contact

Vrijspraak

Op 4 december 2025 is Marco Borsato vrijgesproken voor het plegen van ontucht met een destijds 15-jarig meisje: de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft geoordeeld dat er sprake is van te weinig steunbewijs voor de beschuldigingen van de aangeefster (ECLI:NL:RBMNE:2025:6495). 

De Rechtbank heeft overwogen dat de zaak buitengewoon veel media-aandacht gehad heeft, die veel impact heeft gehad op het leven van de betrokkenen en hun naasten. En nog steeds ondervinden de betrokkenen hier de gevolgen van, zo geeft de Rechtbank aan.

De Rechtbank heeft voorts uitgelegd dat de Rechtbank alleen heeft te beoordelen of de beschuldiging wettig en overtuigend kan worden bewezen. Er moet worden voldaan aan het bewijsminimum en vervolgens gaat de Rechtbank het bewijs waarderen. Op grond van deze afweging wordt de verdachte in deze specifieke zaak vrijgesproken. 

Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens de zaak niet kansrijk genoeg gevonden om hoger beroep in te stellen, zo gaf de hoofdofficier van justitie op 16 december 2025 aan in het televisieprogramma Eva. De hoofdofficier van justitie probeert de redenering van het Openbaar Ministerie helder uiteen te zetten, maar de vragen die worden gesteld lijken bedoeld om het Openbaar Ministerie in een kwaad daglicht te stellen omdat er fouten zouden zijn gemaakt en er kennelijk koppen moeten rollen: ‘eerst zeiden jullie dat jullie een sterke zaak hadden en nu zou deze ineens kansloos zijn?’

Dat is echter niet de juiste vraag. Het is een misleidende vraag die de verschillende rollen van, in dit geval, de officier van justitie en de Rechtbank miskent, een frame dat geen recht doet aan ons rechtssysteem. Vergeten wordt kennelijk dat de rollen van de officier van justitie en de Rechtbank niet dezelfde zijn. De officier van justitie beoordeelt in eerste instantie of een veroordeling mogelijk is, of de kans op een veroordeling redelijk is. Dat is een inschatting gebaseerd op het moment dat wordt beslist dat een verdachte strafrechtelijk wordt vervolgd. 

De officier van justitie beoordeelt een strafdossier vooraf. Soms is dat dossier nog niet compleet en worden er later nog stukken aan toegevoegd, door de officier van justitie of door de advocaat. Of er worden nog getuigen en deskundigen gehoord. 

En, voorts, heel belangrijk: er vindt een zitting plaats in de Rechtbank op basis waarvan een Rechtbank tot een ander oordeel kan komen dan de officier van justitie. De Rechtbank hanteert bovendien een andere maatstaf: is er sprake van wettig en overtuigend bewijs? De rechter beoordeelt het complete strafdossier achteraf en in volle omvang, dus op een ander moment dan de officier van justitie dat doet. Om die reden kun je niet zo maar spreken van ‘er zijn fouten gemaakt door het Openbaar Ministerie en wie gaat hier aftreden?’. 

Het Openbaar Ministerie dient professioneel af te wegen of het vonnis van de Rechtbank met enige kans van slagen kan worden bestreden. Dat het Openbaar Ministerie nu tot de conclusie komt dat dit op grond van wat men nu weet onvoldoende kansrijk is, is zo’n professionele afweging. Dat is een logisch gevolg van ons rechtssysteem. Om dan wèl in hoger beroep te gaan zou juist niet professioneel zijn. 

Het gebeurt overigens veel vaker dat Openbaar Ministerie en de Rechtbank het niet (helemaal) eens zijn met elkaar. Ook heb ik meegemaakt dat de officier van justitie ter zitting zelf al heel eerlijk aangeeft dat uit het dossier in bepaalde gevallen niet kan worden opgemaakt dat een ten laste gelegd feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie vraagt dan nota bene aan de rechter om de verdachte vrij te spreken. Voor de meeste mensen lijkt dit heel vreemd. Bovendien heeft de rechter dan nog steeds een eigen beoordelingsbevoegdheid: de rechter kan de verdachte inderdaad vrijspreken, maar de rechter kan ook vinden dat er wel wordt voldaan aan het bewijsminimum en dus een straf opleggen. Rechtspreken is geen zuivere wiskunde waarbij de uitkomst bij voorbaat al vaststaat. 

‘Nu het Openbaar Ministerie niet in hoger beroep gaat, durft niemand meer aangifte te doen’, volgens de in dit proces betrokken advocaat van het slachtoffer en andere advocaten die slachtoffers bijstaan. Die advocaten zouden in de media kunnen zeggen: ‘de Rechtbank heeft in deze specifieke zaak een ander oordeel gemaakt dan de officier van justitie, maar ga uiteraard aangifte doen als je slachtoffer bent van een zedenmisdrijf. Dat Marco Borsato is vrijgesproken en dat het Openbaar Ministerie niet in hoger beroep gaat betekent niet dit voor andere zedenzaken precies zo gaat.’ Dat was het juiste frame geweest.  

Ons rechtssysteem zit zo in elkaar dat het Openbaar Ministerie altijd eigen afwegingen mag maken, of we dat nu leuk vinden of niet. De Rechtbank geeft een oordeel. Beide partijen kunnen in principe vervolgens binnen 14 dagen in hoger beroep. Het Openbaar Ministerie heeft in deze zaak op basis van het vonnis van de Rechtbank beslist dat de zaak onvoldoende kansrijk is om in hoger beroep bewezen te kunnen worden verklaard. 

Dat betekent natuurlijk niet dat slachtoffers van zedenzaken geen aangifte meer zouden moeten doen. Het betekent wel dat zowel Openbaar Ministerie en Rechtbank beiden hun eigen afwegingen hebben op basis waarvan het aanbrengen van een zaak bij de Rechtbank respectievelijk het oordeel van de Rechtbank is gestoeld. Zo behoort het ook te gaan: we willen enerzijds niet dat iedereen zo maar kan worden veroordeeld op basis van een aangifte zonder voldoende steunbewijs en anderzijds niet dat aangevers en slachtoffers aan hun lot worden overgelaten. Elke zaak verdient het daarom om zorgvuldig te worden behandeld en beoordeeld - ook de zaak Marco Borsato.

Heeft u vragen over een strafzaak? Of wenst u rechtsbijstand? Informeer bij Helmantel Advocatuur.

  1. De indexering van alimentatie (kinderalimentatie en partneralimentatie)
  2. De Raad voor de Kinderbescherming
  3. De aanhouding
  4. Het voorarrest
  5. Arbeidsrecht - ontslag
  6. Bewijsminimum en bewijswaardering
  7. De Arbiter Bodembeweging: in beginsel houdt de NAM zich aan de uitspraak
  8. De uitnodiging voor een verhoor bij de politie
  9. De uitleg van een overeenkomst
  10. Recht op verhoorbijstand
  11. Relatievermogensrecht: eerlijk zullen we alles delen. Of toch niet?
  12. Inbeslagname van en onderzoek aan smartphone
  13. Het nieuwe arbeidsrecht
  14. Advocaat mag per 1 maart 2016 bij politieverhoor aanwezig zijn
  15. Omgangsregeling
  16. Kinderalimentatie: alimentatieplichtige betaalt niet
  17. Burenruzie
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Startpagina
  3. Blog

Advocaat nodig? Juridisch advies nodig? Een proces voeren?

Helmantel Advocatuur is een advocatenkantoor met veel juridische ervaring in de provincie Groningen, in Hoogezand Sappemeer (gemeente Midden-Groningen), op een kwartiertje rijden van de stad Groningen: een allround advocatenkantoor waar u voor tal van juridische vraagstukken terecht kunt. Specifieke deskundigheid is er op het gebied van strafrecht, arbeidsrecht, familierecht (waaronder ook erfrechtzaken), huurrecht, burenrecht en contractenrecht. Helmantel Advocatuur treedt als advocaat op voor zowel particulieren als ondernemers. 

U vindt Helmantel Advocatuur aan de Noorderstraat 388 A te Hoogezand-Sappemeer (gemeente Midden-Groningen). Helmantel Advocatuur is dichtbij de afslag Sappemeer van de A7 gevestigd met voldoende parkeergelegeheid. Ook met het OV is Helmantel Advocatuur goed bereikbaar. 

Maak een afspraak voor een gratis eerste gesprek.

 

 

Helmantel Advocatuur heeft High Trust erkenning


Vind Helmantel Advocatuur op facebook


Back to Top

© 2026 Helmantel Advocatuur Advocaat in Hoogezand Sappemeer